Inleiding
Nog altijd zijn lawines doodsoorzaak nummer 1 in wintersport-gebieden.
Een paar statistieken: in de afgelopen 16 jaar kwamen over de hele wereld in totaal 2.252 mensen om door lawines.
6% Van deze ongelukken gebeurde in de Alpen, 22% in Noord-Amerika.
In het seizoen 2000/2001 alleen kwamen in totaal 176 mensen om waarvan 30 in Frankrijk, 32 in Zwitserland, 22 in
Oostenrijk, 29 in Italie, 33 in Amerika en 12 in Canada.
Van deze slachtoffers bestaat het grootste gedeelte uit:
- alpinisten (bergbeklimmers)
- skiers
- snowboarders
- snowmobilers
Van de mensen die in een lawine terecht komen, komt 13% om; van de mensen die volledig worden bedolven onder een lawine, wordt slechts 50% gered. (bron: International Committee of Alpine Rescue, IKAR).
Als je wat meer over dit soort statistieken wilt lezen, check dan:
AVALANCHE RESCUE SYSTEMS IN SWITZERLAND: EXPERIENCE AND LIMITATIONS
In de meeste gebieden probeert men het gevaar van lawines zoveel mogelijk te beperken door ze af te schieten op plekken waar vaak lawines voorkomen. Vaak gebeurt dit als de weersomstandigheden zo zijn dat het gevaar voor lawines toeneemt, bv. na langdurige sneeuwval of als het geregend heeft in het gebied.
Lawinegevaar wordt aangegeven met een cijfer van 1 t/m 5:
1. Gering, slechts sporadisch lawines bij grote belasting (groepen mensen, voertuigen of springladingen) of op steile hellingen. Doorgaans veilig om te touren.
2. Matig, geen grote spontane lawines, touren mogelijk maar vermijd de zogenaamde risicozones.
3. Aanzienlijk, al bij kleine overbelasting lawines op steile hellingen, af en toe middelgrote en soms grote lawines spontaan mogelijk, touren beperkt mogelijk.
4. Groot, lawines bij kleine belasting op de meeste steile hellingen, hier en daar ook grote lawines, touren zeer beperkt, goede kennis van zaken m.b.t. lawines nodig.
5. Zeer groot, grote spontane lawines, ook op minder steile hellingen, touren onmogelijk.Bij elk groot liftstation staat deze schaal meestal aangegeven zodat voor iedereen duidelijk is hoe de situatie op dat moment is.
Stel je altijd op de hoogte van de gevaren door de condities in de gaten te houden, de weersomstandigheden te volgen en lokaal te informeren.
Dit kan ook via internet:
Oostenrijk: http://www.lawine.at
Zwitserland: http://www.slf.ch
Frankrijk: http://www.meteo.fr/temps/france/avalanches
Canada: http://www.avalanche.ca
USA: http://www.avalanche.org
Soorten Lawines:
Windplaklawines
Dit zijn lawines die als een plak afscheuren en zij veroorzaken 80% van de ongelukken. Ze ontstaan als sneeuw door de wind verplaatst wordt en in de lucht wordt afgebroken tot kleine kristallen, die daarna weer samengepakt worden en zo een harde plak sneeuw vormen. Er is maar weinig voor nodig om de plak van de helling te laten afbreken. Je kunt ze herkennen aan het punt waar de lawine afbreekt; dit is een duidelijke scherpe lijn die soms wel over vele tientallen meters langs de berg kan lopen (zie foto).
Natte sneeuwlawines
Zoals de naam al zegt, zijn dit lawines die uit natte sneeuw bestaan en deze komen dus vooral voor bij warm weer en bij regen. Natte sneeuw is zwaarder dan bijvoorbeeld poedersneeuw en zal dus door zijn gewicht eerder naar beneden glijden. Bovendien zorgt het water in de sneeuw voor een goede glijlaag tussen de sneeuw en de ondergrond. Het boarden in voorjaarssneeuw kan perfekt zijn in de ochtend, maar zeer gevaarlijk in de middag als het begint te dooien.
Stuiflawines
Dit zijn lawines die bestaan uit poedersneeuw en ze zijn het resultaat van grote sneeuwval. Ze beginnen meestal klein maar worden steeds groter en kunnen ook enorme snelheden bereiken tot wel 400km/u. Door deze snelheden en door de enorme
hoeveelheid sneeuw die naar beneden komt bij dit soort lawines, ontstaat er voor de lawine een allesvernietigende drukgolf.
Ontstaan van Lawines
De sneeuw op een berghelling bestaat altijd uit verschillende lagen sneeuw (foto) en elke laag is ontstaan onder andere omstandigheden. De samenstelling en sterkte van de laag is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden op het moment dat de sneeuw viel: temperatuur, vochtigheid, wind en hoeveelheid neerslag. Hoe groot het lawinegevaar is, hangt af van de verbindig tussen deze verschillende lagen: hoe minder de lagen zijn verbonden, hoe groter het gevaar. Daarnaast is het belangrijk hoe de weersomstandigheden in de loop van de tijd veranderen.
Als de sneeuw geen tijd krijgt om zich te
zetten, bv. door langdurige kou of nog meer sneeuwval, blijft het lawinegevaar bestaan. Ook de wind speelt een belangrijke rol in de opbouw van de sneeuw. Allereerst kan wind de struktuur van de sneeuwkristallen veranderen, waardoor deze slechter aan elkaar blijven plakken. Daarnaast kan wind zeer grote hoeveelheden sneeuw verplaatsen van de loefzijde, de zijde van de berg die in de wind ligt, naar de lijzijde, de kant die van de wind afgekeerd is. Hoe meer sneeuw, hoe groter het lawinegevaar. Dit verplaatsen van sneeuw door de wind kun je vaak aan de bergtoppen zien, het is dan net of er wolken uit
de berg opstijgen.
Deze verplaatsing van sneeuw zorgt op bergkammen ook voor een zeer gevaarlijke overhang. Deze overhang vormt zich aan de
lijzijde van de top van de berg (plaatje). Onder die overhang ligt vaak een gevaarlijk grote hoeveelheid sneeuw. De overhang kan afbreken (de breuklijn is weergegeven door de stippellijn) en deze is altijd dichter bij de loefzijde dan je denkt (hij volgt de helling van de lijzijde). Dat sneeuw zich van de loefzijde naar de lijzijde kan verplaatsen, wil uiteraard
niet zeggen dat de loefzijde altijd safe is!
Twee termen die je veel tegenkomt in de literatuur over sneeuwlagen en lawines zijn: - Surface hoar (rijp): is te vergelijken met dauw in de zomer: vocht dat in de lucht zit, kondenseert op de koude sneeuwlaag en vormt zo kleine kristallen, een soort ijslaag. Als er bovenop deze dunne laag kristallen verse sneeuw valt, kan dit zich moeilijk hechten aan de onderlaag en zo ontstaat er dus een zeer onstabiele situatie. - Depth hoar: speelt zich af in het sneeuwdek. Dicht bij de bodem is de temperatuur constant rond de 0º C. Als de
luchttemperatuur boven het sneeuwdek beduidend lager is stijgt waterdamp op en kondenseert, waardoor zogenaamde
bekerkristallen ontstaan. Deze bekerkristallen zorgen door hun vorm voor een zeer onstabiel sneeuwdek, het gehele seizoen. Omdat vocht zich verplaatst van diep in het sneeuwdek naar de oppervlakte, neemt de dichtheid van boven naar onder af. Als de bovenste sneeuwlagen vervolgens belast worden, bv. door een snowboarder, dan kan dit in zijn geheel inzakken. Dit gaat vaak gepaard met een dof whumm geluid. Als je dit geluid hoort terwijl je afdaalt en misschien zelfs voelt dat de sneeuw
onder je inzakt, moet je zo snel mogelijk weg zien te komen.
Terrein
De steilte, ligging, vorm en begroeing van een helling spelen ook een rol bij het inschatten van het lawinegevaar. Het gevaarlijkst zijn hellingen die tussen de 25º en 45º steil zijn. Op steilere hellingen blijft te weinig sneeuw liggen en op vlakkere hellingen hebben de sneeuwlagen niet de neiging om te gaan glijden. De meeste ongelukken door lawines vinden plaats op noordwestelijke, noordelijke, oostelijke en zuidoostelijke hellingen. In tegenstelling tot convexe hellingen, waar de sneeuw vaak door de windafgeblazen wordt, worden concave hellingen juist vaak gevuld met sneeuw door de wind. Meer sneeuw op een helling betekent ook weer groter lawinegevaar.
Ook de begroeing speelt een rol. Op hellingen met bomen wordt de sneeuw beter op zijn plaats gehouden en daar zal dus niet zo snel een lawine beginnen. Waar je wel voor op moet passen zijn hellingen waarbij aan het einde bomen staan. Kom je dan in een lawine terecht die je mee voert naar die bomen, dan zal je het er zeker niet ongeschonden vanaf brengen, als je het overleeft. Er zijn mensen in lawines gevonden die tegen een boom waren doodgedrukt. Grashellingen en hellingen met struiken zijn weer gevaarlijker dan hellingen met bomen en bovenaan staan natuurlijk rotshellingen. Hier is de hechting van de
onderste sneeuwlaag met het gesteente zeer zwak.
Snowpit
Een snowpit is een recht afgegraven stuk in het sneeuwdek en is bedoeld om de samenhang en sterkte van de verschillende
sneeuwlagen te beoordelen. Het is ontzettend leuk om te doen en geeft een goed beeld van het sneeuwdek. Het probleem is echter wel dat de uitkomst 50 meter verderop heel anders kan zijn omdat dat gedeelte net weer onder andere omstandigheden is gevormd. Toch kun je er heel veel informatie uithalen en het is belangrijk om het vaak te doen, omdat je dan beter de condities leert inschatten. Je kunt een speciaal zaagblad kopen om een pit af te graven maar in principe moet het met een
shovel ook lukken.
Kies een veilige plek om de pit te graven, je gaat natuurlijk niet midden op een helling van 30º met een halve meter verse poeder in de sneeuw wroeten. Als je de pit hebt gegraven, kun je eigenlijk al meteen veel lagen bekijken. Om de struktuur van de lagen te beoordelen, kun je met bv. een pen, creditcard of je hand de laag weggraven. Je zult merken dat sommige lagen keihard zijn en dat sommige meteen al uit elkaar vallen. De beste test is om een sneeuwzuil uit te graven die je
vervolgens van bovenaf gaat belasten. Zo kun je de kracht beoordelen die nodig is om het sneeuwdek te laten glijden.
Samenvatting
Een verhoogde kans op lawinegevaar treedt op bij:
- sneeuwval, zeker na een lange periode met lage temperaturen (depth hoar/surface hoar)
- veel wind (sneeuwverplaatsing naar lijzijde), vooral in combinatie met sneeuwval
- lange warme periode of periode met regen
Een convexe helling van 35º, zonder begroeing, in NW, N, O, ZO richting en aan de lijzijde van de berg, is zeer lawinegevaarlijk in samenhang met bovenstaande factoren. Schaduwzijden zijn gevaarlijk in combinatie met een koude periode en sneeuwval (surface hoar) en zonnezijden zijn gevaarlijk in combinatie met een warme periode en sneeuwval. Aan de zonnezijde van een berg heeft de sneeuw over het algemeen meer kans om zich te zetten dan aan de schaduwzijde.
Hou de
weerscondities in de gaten, let op de waarschuwingen op borden in het gebied en leer jezelf aan om beter te kijken naar de
omgeving: op welke zijde van de berg bevind ik me, hoe los of vast is de sneeuw, zijn er tekenen van de invloed van wind zoals ophopingen van sneeuw tegen bomen en rotsen, sneeuwduinen op bergkammen en de oppervlaktestruktuur van de sneeuw (bv. golfstruktuur) en zijn er al lawines naar beneden gekomen in andere delen van het gebied.
Wat te doen bij een lawine?
Als je in een lawine terechtkomt of er één afzet, probeer in eerste instantie om naar de zijkant weg te komen. De sneeuw in een lawine is echter zo los en vloeibaar dat het moeilijk is om je goed af te kunnen zetten. Als je de mogelijkheid hebt moet je proberen een rots of een boom vast te grijpen. Als je het gevoel hebt dat de lawine tot stilstand gaat komen, maak dan zwemmende bewegingen om aan de oppervlakte te blijven en zorg dat je ruimte voor je mond houdt zodat je nog kunt blijven
ademen. Zodra de lawine is gestopt, wordt de sneeuw keihard en het is praktisch onmogelijk om je uit te graven, zelfs al zit je maar 20 cm diep. Schreeuwen heeft geen zin want de sneeuw houdt je roep tegen, dus spaar je krachten.
Redding
Als het slachtoffer zichzelf niet kan uitgraven, is deze aangewezen op de hulp van vrienden. Een amerikaans onderzoek naar reddingen over de afgelopen 50 jaar liet zien dat 2/3 van de mensen die er levend uit komen, door hun vrienden zijn gered. Het belangrijkste is dat er snel wordt gehandeld en op de juiste manier. Probeer allereerst te zien waar het slachtoffer
in de lawine verdwijnt. Als je dit punt blijft volgen terwijl de lawine zijn pad vervolgt, kun je, nadat de lawine tot stilstand is gekomen, een eerste inschatting maken van het gedeelte waar het slachtoffer mogelijk begraven is.
Het kan zijn dat lichaamsdelen van het slachtoffer uit de sneeuw steken, graaf deze dan zo snel mogelijk uit. Is er niks te zien dan zal er met de lawinepiepers en probes gezocht moeten worden. Als je met meerderen bent, laat dan één iemand hulp halen of als je een mobiele telefoon bij je hebt, bel dan de bergredding (zet dus altijd het nummer van de bergredding in je telefoon en zorg dat je weet hoe het gebied heet waar je je bevindt).
Lawinepiepers
Lawinepiepers werken meestal volgens het volgende principe: nadat je alle (!) piepers op ontvangen hebt gezet,kun je deze instellen op een bepaalde afstand waarop je wilt zoeken. In eerste instantie hou je die afstand groot. Je krijgt een signaal te horen dat sterker wordt naarmate de pieper meer in de richting van de te zoeken pieper wordt gehouden. Beweeg je pieper net zolang tot het signaal het sterkste is en ren vervolgens een aantal meters in de richting waarin je de pieper houdt. Nu zet je de pieper op een kortere afstand en gaat opnieuw zoeken.
Als je de plek denkt te hebben gevonden, ga je over op het zoeken met de probes. Op de foto hieronder kun je zien hoe dat in zijn werk gaat. Het is belangrijk om dicht naast elkaar te
staan en slechts kleine stukjes vooruit te gaan. Als het slachtoffer rechtop (of ondersteboven) in de sneeuw vastzit met
armen en benen allemaal een andere kant op, dan kan je van bovenaf met een probe slechts een oppervlakte van enkele tientallen cm2; raken. Zodra je met je probe op iets en je bent er niet zeker van wat het kan zijn, begin dan meteen met graven. Goede lawinepiepers op dit moment zijn de piepers van: Ortovox, Pieps & BCA.
De kans is groot dat je eerste hulp moet toepassen en in het ergste geval moet reanimeren. Als je van plan bent om veel
buiten de piste te gaan rijden is het raadzaam een EHBO-cursus te volgen. Op www.EHBO.pagina.nl zijn veel links te
vinden voor dergelijke cursussen.
Gletschers
Gletschers zijn rivieren van ijs en komen eigenlijk alleen voor in hoge gebieden met eeuwige sneeuw. Door de enorme
hoeveelheden sneeuw die er gedurende duizenden jaren is gevallen, worden de onderste sneeuwlagen tot ijs samengedrukt.
Het gewicht van dit ijs zorgt ervoor dat de gletscher langzaam richting het dal stroomt met snelheden van enkele tientallen
centimeters per jaar, gletschers hebben ook vaak het uiterlijk van een rivier. Als je je op een gletscher begeeft, moet je, naast natuurlijk lawines, met de volgende gevaren rekening houden: gletscherspleten en het afbreken van gletscherijs.
Gletscherspleten
Gletscherspleten ontstaan door het stromen van het ijs over een gedeelte van de bodem waar de hoek van de helling verandert. Het plaatje hiernaast is daar een illustratie van. Als de helling concaaf is (hol), breekt de gletscher bij de bodem open. Bij een convexe helling (bol) breekt de gletscher juist aan de bovenkant open. Soms kun je, in de zomer of als er weinig sneeuw op de helling ligt, deze spleten al zien. In de winter kan er echter een laag sneeuw op liggen waardoor je ze niet meer ziet. In gebieden waar ook pistes op een gletscher liggen, worden deze spleten met pistenbullies dichtgegooid, maar off-piste natuurlijk niet. Het spreekt voor zich dat je spleten op een concave helling minder goed kan zien dan spleten op een convexe. Deze spleten zijn dus het gevaarlijkst. Bovendien kun je vele tientallen meters naar beneden vallen terwijl je bij spleten op een convexe helling halverwege vast kan komen te zitten.
Als je op een gletscher buiten de pistes boardt, let dan goed op kleine bollingen of hollingen in het sneeuwdek, deze kunnen op een spleet duiden. Spleten van een paar meter breed kunnen met een sneeuwbrug bedekt worden, zodat je ze niet goed kunt zien. Ga altijd met een ruime bocht om een mogelijk spleet heen, onder de sneeuw kan de spleet nog tientallen meters doorlopen. Verder moet je dus letten op een verandering van de hellingshoek en het is handig om je via kaarten op de hoogte te stellen van waar de gletscher zich precies bevindt.
Op sommige plekken is het terrein zo stijl dat de gletscher afbrokkelt. Als je dit soort plekken moet oversteken, zorg dan dat je klimmateriaal bij je hebt. Dit kan niet alleen noodzakelijk zijn voor het klimmen maar je hebt het ook nodig als iemand in een spleet is gevallen. Als je aan de onderkant van zon gedeelte moet oversteken, doe dit dan zo snel mogelijk; er kunnen stukken van de gletscher afbreken.
De helmet van CP voldoen aan de hoogste veiligheidseisen die aan helmen worden gesteld. Veiligheid in de sneeuw, is een van de belangrijkste doelen die momenteel worden gesteld door sneeuwliefhebbers.
De lichtgewicht helmen zijn allen comfortabel en voldoen altijd aan de laatste technologien. (Certified CE-Norm: 1077). CP helmen zijn gemaakt van Polycarbonaat in combinatie met Polystyreen. Beide zorgen voor een lichtgewicht helm met goede schok- en impactabsorbtie. De helmen beschikkten over perfecte ventilatie openingen.
Wat is mijn helm maat?
Meet de omtrek van je hoofd op het breedste gedeelte met een centimeter-maat, dit is jouw juiste hoofdmaat in centimeters! Meer info
De helmet van CP voldoen aan de hoogste veiligheidseisen die aan helmen worden gesteld. Veiligheid in de sneeuw, is een van de belangrijkste doelen die momenteel worden gesteld door sneeuw-liefhebbers.
De lichtgewicht helmen zijn allen comfortabel en voldoen altijd aan de laatste technologien. (Certified CE-Norm: 1077). CP helmen zijn gemaakt van Polycarbonaat in combinatie met Polystyreen. Beide zorgen voor een lichtgewicht helm met goede schok- en impactabsorbtie. De helmen beschikkten over perfecte ventilatie openingen.
Wat is mijn helm maat?
Meet de omtrek van je hoofd op het breedste gedeelte met een centimeter-maat, dit is jouw juiste hoofdmaat in centimeters! Meer info
De helmet van CP voldoen aan de hoogste veiligheidseisen die aan helmen worden gesteld. Veiligheid in de sneeuw, is een van de belangrijkste doelen die momenteel worden gesteld door sneeuwliefhebbers.
De lichtgewicht helmen zijn allen comfortabel en voldoen altijd aan de laatste technologien. (Certified CE-Norm: 1077). CP helmen zijn gemaakt van Polycarbonaat in combinatie met Polystyreen. Beide zorgen voor een lichtgewicht helm met goede schok- en impactabsorbtie. De helmen beschikkten over perfecte ventilatie openingen.
Wat is mijn helm maat?
Meet de omtrek van je hoofd op het breedste gedeelte met een centimeter-maat, dit is jouw juiste hoofdmaat in centimeters! Meer info