Wat wil ik met mijn snowboard doen?
Dit is de eerste en misschien wel de belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen als je een board wilt gaan kopen.
Vergelijk het een beetje met het kopen van een auto, als je die alleen maar gaat gebruiken om naar je werk te gaan dan heb je aan een dikke 4x4 niet zo veel. Hetzelfde geldt bij snowboarden, met een 1.76 poederplank kom je in de halfpipe niet zo ver.
Wat wil je dus met je board?
Voor een gevorderde boarder is het dus belangrijker om te weten wat je wilt dan voor een beginner. Als beginner weet je meestal nog niet echt wat je lekker vind qua snowboards. Gelukkig zijn beginnerboards vrij allround (All Mountain), en kun je er snel vorderingen op maken.
Beginnerboards zijn vaak juist gemaakt om makkelijke- en goede bochten en andere moves mee te leren, maar vaak ook specifiek
voor de wat lagere snelheden. Daarom groei je op een gegeven moment je board voorbij, je gaat sneller en harder snowboarden
en dat kan je board jouw gewenste snelheid niet meer bijhouden (nerveus, trillen en stuiteren op hogere snelheden)
Bijna elk merk heeft zijn eigen indeling gemaakt, maar in principe komt het op hetzelfde neer. Sommige merken delen hun
boards vrij precies in, anderen zeggen alleen maar freestyle of freeride georienteerd. Vraag jezelf dus af wat je met je board gaat doen en zoek aan de hand daarvan in de bijbehorende categorie.
Natuurlijk, met een specifiek railboard kom je ook uit de voeten op de piste, maar als je alleen nog (maar) pistes rijdt ben je beter af met een allround board. Kijk dus eens rond op Internet, lees de magazines, blader de brochures 100x door en laat je door ons informeren, zodat je weet wat je ongeveer wilt. Klik op de link en vul de Snowboardfinder in,Snowboard Finder
binnen 2-5 werkdagen ontvang je van ons een custom made profiel van de boards die wij in ons assortiment hebben !
Boardbreedte:
Dit is vooral van belang als je maat 44+ hebt. Bij een te smal board steken je tenen en/of je hakken namelijk over je board heen en kun je last van toe- of heeldrag, dit betekent dat je hakken of tenen in de sneeuw blijven steken. Gelukkig hebben bijna alle merken extra brede boards, zogenaamde wide-body-boards, zodat je ook als Nederlander met je zeilboten een board kan vinden wat bij je past.
Is je board echter te breed dan krijg je het andere uiterste, je krijgt het board moeilijk van kant gewisseld en het board zal zwaar en log aanvoelen. Je bindingen/voeten mogen best een klein beetje uitsteken maar niet veel meer dan 1 a 2 cm. Mocht je toch perse een bepaald boardje willen rijden maar zijn je voeten eigenlijk te groot, dan kun je kijken of Boots
zonder binnenschoen of riser/elevator-plates uitkomst kunnen bieden.
Flex en torsie:
De flex van een board is de stijfheid ervan in de dwarsrichting. Hij wordt bepaald door de materialen die gebruikt zijn. Een slapper board is vergevingsgezinder, makkelijker te rijden, maar sneller onstabiel op hoge snelheden. Een stijf board reageert directer en is stabieler op hogere snelheid. Zoals je wel kunt raden kost zo een board wat meer moeite om te
berijden en straft het ook je fouten sneller af. Beginnerboards zijn dus wat slapper (vergevingsgezind), zodat niet de hele tijd met je neus in de sneeuw ligt.
De torsie van een snowboard is de stijfheid ervan in de lengterichting. Slappere boards voelen speelser aan en zijn meer geschikt voor jibben springen)en rails rijden. Ook is het vergevingsgezinder en dus wat makkelijker te rijden. Een torsie-stijf board houdt beter zijn kant bij gesneden bochten. Ook hier geldt, een stijver board is directer maar straft je fouten
sneller af.
Er is ook nog verschil in het flexverloop (vormgeving) in de boards. Sommige boards worden van nose naar tail steeds wat stijver. Dit zijn directionele boards en ongeveer 85% van alle boards is zo opgebouwd. De nose is wat soepeler voor het insturen van bochten en het lekker drijven in poeder, de tail is wat stijver voor krachtig rijden en het poppen (indrukken van je tail) van ollies (springen). Soms zijn boards tussen de bindingen weer wat extra soepel, zodat ze wat vergevingsgezinder zijn in de poeder of op rails. Tenslotte komen de twinboards weer terug. Twinboards (nose en tail zijn gelijk) hebben een gelijke flex in de nose en in de tail.
Het maakt dus niet uit of je gewoon of switch (tail is voorkant i.p.v. nose)) rijdt. Als ook de shape twin is, maakt het niet eens meer uit hoe je je bindingen monteert. De terugkeer
van de duck-stance heeft ook geleid tot de terugkeer van de twin-boards.
Shape:
De shape is hoe een snowboard eruit ziet. Een reuzenslalomplank van 180 ziet er heel anders uit dan een kinderboardje, niet alleen qua grootte maar ook qua vorm. Zoals gezegd zijn tegenwoordig de twintips weer in opkomst, freestyleboards die qua tail en nose gelijk zijn en dus even makkelijk switch als normaal rijden. Erg handig in het park.
Freerideboards hebben vaak een wat smallere tail en een meer opstaande nose, waardoor ze beter in de poeder rijden. De
taillering bepaald verder voor een deel het bochtengedrag, en de lengte van de effectieve kant bepaald de hoeveelheid grip die een board in de sneeuw heeft. Een lange effectieve kant geeft veel grip, maar kan een board ook wat moeilijker te hanteren maken.
Beginnersboards combineren vaak een iets kortere effectieve kant met een groter begin- en eindgebied van de taillering, waardoor ze gemakkelijker sturen en minder snel happen.
Base:
Grof gezegd zijn er twee verschillende soorten belag: sintered en extruded. Het belag bepaalt hoe snel je glijdt. • Extruded belag is de goedkopere soort, het is zachter en beschadigt dus sneller. Het is wel makkelijker te repareren dan sintered belag. Daarnaast heeft het minder onderhoud nodig, je hoeft het dus minder vaak te waxen. Wel is het minder snel dan sintered belag omdat het eigenlijk niet of nauwelijk wax opneemt. • Boards met bases van sintered belag zijn duurder en harder. Het is ook verkrijgbaar in verschillende hardheden.
Hoe hoger het hardheidsgetal (2000, 4000, 6000 etc), hoe harder het belag. Het belag glijdt sneller maar vergt meer onderhoud en als je het slecht waxt glijdt het zelfs minder goed als extruded belag. Sintered belag kun je ook nog in de carbonvariant aantreffen. Dit materiaal is nog iets taaier, glijdt nog iets sneller, maar is nog lastiger te waxen en
repareren.
Board Legenda:
A. Running Length
B. Waist Width
C. Sidecut Depth
D. Sidecut Radius
E. Stance Width
F. Nose Width
G. Tail Width
H. Nose Height
I. Tail Height
Bij elk board staat, naast een hele hoop andere specificaties, ook bijna altijd een gewichtsindicatie vermeldt, bijvoorbeeld zoals hierboven. Stel je weegt 65 kg. De boards van 154 cm en 158 cm zouden hier dus ok zijn. Je zit daar mooi in het midden van de weight range. Als je met je gewicht wat lager in de gewichtsrange valt is het board relatief
stijf voor jou, terwijl als je wat hoger in de gewichtrange valt, het board relatief wat slapper voor je is.
Dan ga je kijken naar andere zaken:
Een paar voorbeelden, ik ga nog steeds uit van 65 kg en het 154 cm of 158 cm board.
• Wil je alleen maar freestylen en railen-> een wat korter en soepeler board komt hier beter van pas, de 154 dus. (waarschijnlijk kies je dan ook iets anders dan een custom board)
• Wil je vooral freestylen en houd je van een iets stijver board-> dan moet je zorgen dat je wat lager in de gewichtrange valt, het board is dan voor jou relatief stijf, de 158 cm dus.
• Ben je erg lang (1.80+)?? -> Het 158 cm board is beter voor je geschikt.
• Ben je erg lang en wil je alleen maar knallen op de piste -> Nu kun je zelf beter naar het 162 board toegaan.
• Board je nog niet zo lang -> Een korter board draait makkelijker dan een langer board. Ook val je dan wat hoger in de gewichtrange dus je hebt een relatief wat soepeler board, het 154 cm board zou dus beter geschikt zijn.
Vaak staan er in de brochures en op het Internet nog veel meer gegevens vermeldt bij een snowboard. Om het allemaal nog redelijk simpel en overzichtelijk te houden gaan we daar hier niet op in.
En nu?
Ieder mens is uniek en ook bij het kiezen van een board heeft iedereen zijn eigen wensen. Probeer daarom vooral veel boards uit, weet wat je lekker vind en vooral ook wat je niet lekker vind om op te rijden. Lees ook de snowboard-tests die in de magazines staan, want daar worden vaak veel boards met elkaar vergeleken en er staat een hoop handige info in. Het nadeel van snowboard-tests is dat er veelal merken in staan die grof geld moeten betalen om hun boards te laten testen.
Andere prominenten merken zijn veelal niet bereidt om hiervoor duizenden euro neer te tellen om hun boards te laten testen!
Enkele keren per houden wij testdagen op de indoorbanen in Nederland, meld je daarom aan als klant, en vul het vakje nieuwsbrief in, wij spammen je niet met onnodige info, maar houden je slecht op de hoogte als er wat te melden valt.
Twijfel je nog bij je keuze?
De Snowboardfinder helpt je bij het maken van de juiste keuze bij de aanschaf van Board & Bindingen.
Wij doen ons best om je binnen 2-5 werkdagen een persoonlijk advies per email toe te sturen! Het advies is gebasseerd op onze kennis en ervaring en houdt geen rekening met acties, condities en/of prijzen van
leveranciers, maar richt zich puur en alleen op jou! Snowboard Finder
Soorten Snowboards
Een snowboard bestaat uit: een kern, staalkanten, een toplaag en een baselaag (ook wel belag genoemd). Voor de bindingen zijn er inserts in het board gemonteerd. Hierin worden de schroeven van de binding bevestigd.
De punt van het board wordt de nose genoemd, de achterkant de tail, de tenenkant van het board heet frontside en de hakkenkant heet backside. De stijfheid van het board wordt voor het grootste gedeelte bepaald door de kern.
In dure boards is die kern van hout omdat hout duurzaam en vormvast (stijf) is. Goedkopere boards en boards voor kinderen zijn gemaakt met een schuimkern. Dit is minder duurzaam en vormvast, deze boards zijn dus flexibeler.
Er wordt veel geexperimenteerd met nieuwe materialen, zoals carbon en Kevlar. Hiermee wordt getracht het snowboard lichter en dynamischer te maken. In veel snowboards worden strips carbon gebruikt om de stijfheid in bepaalde richtingen te vergroten.
Soorten Snowboards
Snowboards zijn in diverse categorieen in te delen, de 4 hoofdcategorieen zijn:
1. freestyle/park & jib
2. freeride
3. powder
4. alpine/carve
Elke categorie heeft zijn eigen snowboards, boots en bindingen. Bij het kiezen van het materiaal is het dus belangrijk van te voren te bepalen op wat voor manier je wilt gaan boarden. Hier volgt kort een opsomming van de belangrijkste kenmerken per categorie:
Freestyle
Freestyle snowboarders brengen de meeste tijd door in het snowpark op de grote hits, spines en in de halfpipe. Daar proberen ze zoveel mogelijk airtime te maken met backside 720, frontside 360 indie, misty flips, backflips, switch frontside 540 en andere airs. De boards zien er symmetrisch uit (zie plaatje hiernaast) maar zijn dit wat betreft bouw
zeker niet. De tail is meestal wat stijver voor een betere afzet (ollie) en de nose is langer dan de tail zodat je er ook goed mee in de poeder kunt rijden. Als je net begint met snowboarden, zul je meestal een board in deze categorieen kopen. Het zijn allround boards, dus je kunt er veel kanten mee op.
Wat je tegenwoordig meer en meer ziet is het zogenaamde jibben. Hierbij maak je gebruik van alles wat op de piste te vinden is (en daarbuiten) om eroverheen te sliden. In de snowparks heb je hiervoor speciale slide-balken(bars/rails) maar je kunt ook denken aan trapleuningen, muurtjes, picknicktafels enz. De meeste Freestyle boards zijn twin-tip, dwz nose and tail zijn gelijk aan elkaar qua vormgeving, breedte enz. Hierop zijn echter nog wat varianten zoals: true-twin-tip, directional-twin-tip.
Freeride
Freeriders gebruiken de hele berg en zijn dus vooral gericht op het off piste snowboarden. Het boarden in de poeder is heel anders dan het boarden op de piste en een poederboard heeft dan ook andere eigenschappen. Het meest belangrijk is de lengte: in de poeder heb je meer drijfvermogen nodig en dus zal je een langer board moeten rijden. De nose is ook meestal iets langer en breder dan de tail om te voorkomen dat deze in de sneeuw duikt, de vormgeving van deze boards noemen wij tapered-shape.
Carve
Carven ligt tussen het freeriden en het racen in en hierbij wordt er alleen op de piste geboard. De boards zijn iets langer dan de boards uit de freestyle categorie en meestal is de tail (achterkant) wat kleiner en lager dan de nose
(voorkant), omdat je bij het freecarven niet perse achteruit wil boarden. Verder zijn deze boards weer wat stijfer dan de vorige 2 categorieen, om meer grip in de bochten te hebben. Meestal wordt er in deze categorie al met hardboots en plaatbindingen geboard. Je ziet deze boards bijvoorbeeld in de boardercross, waar vier snowboarders tegelijk een parcours afleggen met bochten, hobbels en schansen.
Alpine/Race
Dit is een zeer specifieke categorie, waarin het alleen gaat om snelheid en de perfecte bochttechniek. Op deze boards worden de slaloms en afdalingen gereden bij de grote kampioenschappen. De boards zijn nog stijver en nog langer dan de boards in de freecarve ategorie. De tail is recht en plat, omdat je toch niet achteruit zal boarden en de boards zijn
smaller, zodat tijdens de bocht snel van kant gewisseld kan worden. In deze categorie horen ook de hardboots en de plaatbindingen.
First-Track.nl
(Met dank aan DE Snowboard-community: Ultimate-Snowboarding !!!)
Wax schraper van 15 cm super stiff, werkt perfect. Aan een van de hoeken zit een uitsparing om het wax wat op je staalkanten blijft zitten na het waxen makkelijk te kunnen verwijderen.
* Extra strong scraper broad for a full width scraping
* 15 cm length Meer info